Duimen, vingers in de mond steken of een speen gebruiken: veel ouders herkennen dit direct. Het lijkt misschien een onschuldige gewoonte, maar wist je dat er in het brein van je kind letterlijk een klein “feestje van stofjes” plaatsvindt wanneer je kind zuigt?
Zuiggedrag is namelijk niet alleen een reflex of een gewoonte. Het is een chemische reactie in het brein die gevoelens van rust, veiligheid en ontspanning oproept. Drie belangrijke stoffen spelen hierbij een hoofdrol.
Dopamine – de motivator
Wanneer je kind zijn duim in de mond steekt, maakt het brein dopamine aan. Dit stofje zorgt ervoor dat je kind zich prettig voelt en gemotiveerd is om het gedrag te blijven herhalen. Interessant is dat het brein na verloop van tijd al dopamine aanmaakt bij het zien van ‘bekende momenten’: bijvoorbeeld als je kind in bed gaat liggen of een knuffel ziet. Alleen al de verwachting van het duimen activeert het beloningssysteem, nog vóórdat de duim de mond in gaat.
Serotonine – de stemmer van de emoties
Serotonine wordt ook wel het “gelukshormoon” genoemd. Het helpt bij het reguleren van de stemming, slaap en zelfs lichaamstemperatuur. Als je kind moe of gespannen is, of het dagritme niet helemaal lekker loopt, kan het serotoninegehalte lager zijn. Je kind kan zich dan verdrietig of prikkelbaar voelen en instinctief troost zoeken. Wat blijkt dan vaak het makkelijkste middel? Juist, duimen of sabbelen.
Endorfines – de natuurlijke pijnstillers
Endorfines zijn stoffen die zorgen voor ontspanning en pijnvermindering. Ze komen vrij bij beweging, maar ook bij het zuigen. Deze stofjes werken als een natuurlijke morfine, waardoor pijn en spanning minder worden ervaren. Daarom gebruiken verpleegkundigen bij pasgeborenen soms een speen om ze rustig te houden tijdens pijnlijke momenten. Voor je kind voelt duimen dus als een kalmeringsmiddel.
Waarom is het zo moeilijk om te stoppen?
Door de combinatie van dopamine, serotonine en endorfines wordt een gewoontepatroon opgebouwd dat diep in het brein verankerd raakt. Op een gegeven moment heeft je kind de chemische ‘beloning’ eigenlijk niet meer nodig, het fysieke ritueel van duimen alléén zorgt al voor rust. Zo groeit een tijdelijke troostgewoonte uit tot een hardnekkige gewoonte.
Het goede nieuws is dat het brein kan leren en veranderen. Met begrip, geduld en de juiste ondersteuning kan je kind leren om op andere manieren rust en veiligheid te vinden, zonder te duimen of een speen te gebruiken. En dat is zeker mogelijk.

